BLESSUREPREVENTIE LAGE RUG


De anatomie van de rug

De rug bestaat uit ruggenwervels, facetgewrichtjes en tussenwervelschijven. De ruggenwervels vormen de basis van de rug, de facetgewrichtjes maken de bewegingen mogelijk en de tussenwervelschijven dienen als schokdempers tussen de ruggenwervels. De wervels, gewrichtjes en tussenwervelschijven worden bij elkaar gehouden door gewrichtskapsels, banden en spieren.

Lage rugklachten

Verreweg de meeste blessures ontstaan aan de onderrug. Er wordt dan gesproken over lage rugklachten. Lage rugklachten kunnen onderverdeeld worden in specifieke lage rugklachten en aspecifieke lage rugklachten. Bij specifieke lage rugklachten is er een duidelijke lichamelijke oorzaak voor het ontstaan van de rugklachten. De bekendste vorm van specifieke lage rugklachten is een hernia, waarbij er een afknelling van een zenuw ontstaat. Ook een wervelbreuk, reumatische aandoeningen, tumoren en degeneratieve (slijtage) aandoeningen van de onderrug vallen hieronder. 

In 95% van de gevallen wordt er geen duidelijke specifieke lichamelijk oorzaak gevonden voor lage rugklachten. Deze vallen onder aspecifieke lage rugklachten. Onder de aspecifieke lage rugklachten vallen een hele reeks aan vermoedelijke onderliggende lichamelijke problemen met spieren, wervels, tussenwervelschijven of facetgewrichtjes. Meestal is er sprake van een combinatie van deze lichamelijke oorzaken. Bijvoorbeeld: wanneer een spier verkrampt zal ook een wervel scheef getrokken worden en blokkeren. Onderliggende oorzaken zijn bijvoorbeeld te weinig beweging, eenzijdige belasting, overbelasting, stress en spanningen, afwijkende stand in de voeten en/of problemen in de aangrenzende gewrichten.

Wervels, discus en gewrichtjes van de  rug


Het ontstaan van aspecifieke lage rugklachten 

Bij lage rugpijn is de balans tussen de belasting van de rug (de krachten op de rug) en de belastbaarheid (wat de rug aankan) verstoord. Er wordt onderscheidt gemaakt tussen acute lage rugklachten (tot 6 weken), subacute lage rugklachten (6-12 weken) en chronische lage rugklachten (>12 weken).

De klachten kunnen plotseling (acuut) ontstaan of geleidelijk ontstaan. In de volksmond wordt gesproken over spit, instabiliteit, blokkade van een wervel, scheefstand van het bekken, lumbago, ischias etc. Al deze benamingen vallen in feite onder de aspecifieke lage rugklachten. Er is geen duidelijke specifieke lichamelijke oorzaak wat natuurlijk niet wil zeggen dat er niets aan de hand is.


Adviezen en behandeling van aspecifieke lage rugklachten

Houdings- en bewegingsadviezen bij aspecifieke lage rugklachten
Meestal verdwijnen de lage rugklachten binnen 6 weken voor het grootste gedeelte vanzelf, maar de klachten keren ook vaak weer terug. In de acute fase worden met name houdings- en bewegingsadviezen gegeven. Het is namelijk erg belangrijk om in beweging te blijven zonder de rug te belasten. Adviezen over dagelijkse houdingen en bewegingen (zitten, tillen, huishoudelijke activiteiten) zijn van belang. Echter wanneer lage rugklachten na 3 weken niet vanzelf minder worden is het toch verstandig een huisarts te bezoeken om specifieke oorzaken voor de lage rugklachten uit te sluiten. Daarnaast is het raadzaam om bij lage rugklachten een fysiotherapeut te bezoeken die tips, adviezen en oefeningen mee kan geven en eventueel de lage rug kan behandelen.

Rompstabiliteit versterken bij lage rugklachten
Bij herhaalde lage rugklachten, subacute lage rugklachten en lage rugklachten bij sporters worden spierversterkende en core stability (rompstabiliteit) oefeningen geadviseerd om de belastbaarheid van de rug te vergroten.  Daarbij kunt u goed gebruik maken van materialen zoals een oefenbal of een balansbord of –kussen. Het is beter de oefeningen uit te voeren op de grond (of een oefenmat) dan op bed, zodat u een stevige ondergrond heeft. 

Trainen van rompstabiliteit om sportblessures te voorkomen!

In de sport wordt een hoge belasting gevraagd van de rug. De rug (romp) speelt een erg belangrijke rol bij zowel de sportprestaties als bij het ontstaan en voorkomen van sportblessures! Veel sporters trainen dan ook de rompstabiliteit extra, buiten de sport specifieke trainingen om, om sportblessures te voorkomen en prestaties te verbeteren.